startpagina | rubriekoverzicht > realia

 

Romeinse magistraten

 

 

 

Censores

 

De censores (censors of censoren) waren twee hogere magistraten, die om de 5 jaar werden verkozen door de volksvergadering voor een ambtstermijn van 18 maanden, die verlengd kon worden (prorogatio). Het ambt werd in 443 v.C. in het leven geroepen en was vanaf 351 v.C. ook toegankelijk voor plebejers. De taak van de censores bestond o.a. uit het bijhouden van de registers van de burgers, het schatten van het vermogen (census), het opmaken van de lijst van senatoren (album senatorium) en de bevoegdheid senatoren uit de senaat te zetten wanneer hun zedelijk gedrag te wensen overliet, het verpachten van het recht belastingen te heffen, de aanbesteding van openbare werken en het toezicht op de openbare zedelijkheid.

 

 

Praetores

 

De praetores (pretors of pretoren) waren hogere magistraten, die sinds 367 v.C. belast waren met de burgerlijke rechtspraak. Na de consuls waren zij de hoogste gezagsdragers in Rome. In 337 v.C. werd dit ambt ook opengesteld voor plebejers. Hun aantal steeg geleidelijk van oorspronkelijk 1 tot uiteindelijk 16. Zij vormden geen college, maar hadden ieder een welomschreven gebied en ambtsbevoegdheid. Na het verstrijken van hun ambtstermijn (1 jaar) werden de praetores met een verlengd imperium naar provincies buiten Italië gezonden als propraetores (gouverneurs).

 

 

Tresviri

 

De tresviri (of triumviri) capitales (of nocturni) vormden een college of commissie van drie lagere magistraten die toezicht hielden op de gevangenissen en op de voltrekking van vonnissen, maar daarnaast ook instonden voor de openbare orde en veiligheid (nachtpolitie en brandweer).