|
startpagina | rubriekoverzicht
> realia |
Het
Romeinse leger
|
Het
legioen |
Een Romeins legioen (legio),
dat bestond uit ca. 6 000 manschappen en werd geleid door een krijgstribuun (tribunus militum) of onderbevelhebber (legatus), was onderverdeeld in 10
cohorten (cohortes) van 600
soldaten, elk bestaande uit 3 manipels (manipuli)
van 200 soldaten of 6 centuriën (centuriae
of ordines) van 100 soldaten
met aan het hoofd een honderdman (centurio).
De eerste cohorte stond in de slaglijn, die gewoonlijk uit 3 linies bestond (acies triplex), op de eerste linie en
aan de rechterkant (die werd beschouwd als de gevaarlijkste kant, want niet
door het schild beschermd). Voor die eerste cohorte koos men bijgevolg de beste
soldaten uit. Ook bij de onderofficieren bestond zo een rangorde: de honderdman
van de zesde centurie van de tiende cohorte had de laagste rang, die van de
eerste centurie van de eerste cohorte was de belangrijkste onderofficier (primipilus).
Samengevat: 1 legioen = 10 cohorten = 30 manipels = 60
centuriën.
Schematisch zag een Romeins legioen er dus uit als volgt:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Legende: 1 cohorte – 1 manipel – 1 centurie
|
De
vaandeldrager |
Ook de aquilifer
(vaandeldrager) was een belangrijke onderofficier in het Romeinse legioen, waarvan
hij immers de standaard (aquila)
droeg. Het was een grote schande als een legioenstandaard in handen van de
vijand viel. Wanneer standaarden toch werden buitgemaakt, voerden de Romeinen
vaak moeilijke onderhandelingen om die tekens terug te krijgen. Het persoonlijk
vermelden van een officier of onderofficier was een hele eer.
|
De
pretorianen |
De cohors praetoria
of pretoriaanse cohorte werd gekozen uit de beste legioensoldaten (infanteristen
en cavaleristen) en was tijdens de republiek een soort speciale lijfwacht van
de consuls of de bevelhebbers. Tijdens het keizerrijk won de pretoriaanse garde
geleidelijk aan belang en verwierf ze zelfs grote politieke macht (soms nam ze
zelf het roer in handen en riep een nieuwe keizer uit). Keizer Augustus maakte
van zijn veteranen in 27 v.C. een permanent korps van 9 pretoriaanse cohorten,
waarvan er slechts 3 in Rome verbleven (de overige werden verspreid over
Italië). In 2 v.C. werden twee praefecti
praetorio, gekozen uit de ridderstand, als bevelhebbers van de
lijfwacht aangesteld. De 9 cohorten werden in 23 n.C. door keizer Tiberius naar
Rome gehaald en ingekwartierd in de castra
praetoria even buiten de stadsmuur. Het aantal cohorten werd door
keizer Caligula opgevoerd tot 12 en door keizer Vitellius zelfs tot 16, maar
later weer teruggebracht tot 10 en door keizer Constantijn volledig ontbonden
(312 n.C.).