|
startpagina | rubriekoverzicht
> realia |
De
Romeinse staatsgevangenis
Vooraf dient opgemerkt dat opsluiting van misdadigers in de
Romeinse strafwet gewoonlijk niet werd gebruikt als een vorm van straf. De
kerker diende normaal gezien alleen voor een korte gevangenschap, ofwel als
dwangmaatregel tegen ongehoorzaamheid aan de bevelen van magistraten, ofwel
voor veroordeelde misdadigers in afwachting van hun terechtstelling. Ook
tijdens een gerechtelijk onderzoek of een proces kon een beschuldigde
opgesloten worden om steeds ter beschikking te staan van de juridische
autoriteiten.
De Romeinse staatsgevangenis (de carcer Mamertinus, genoemd naar de god
Mars) was gelegen aan de voet van de oostelijke helling van het Capitool, nabij
de noordwestelijke hoek van het Forum Romanum. Het
gebouw bestond uit twee delen: het bovendeel (carcer) had de vorm van een trapezium van ca. 5 m in de
lengte, de breedte en de hoogte; daaronder bevond zich het Tullianum.
Het Tullianum
was een cirkelvormige ruimte (7 m diameter) onder de gevangenis, waartoe een
ronde opening in het gewelf toegang verleende. Langs die opening (70 cm
diameter) liet men de ter dood veroordeelden naar beneden zakken. In de
onderaardse cel liet men hen de hongerdood sterven of men wurgde ze tijdens het
naar beneden storten met een strop rond de hals. De Numidische koning Jugurtha
(104 v.C.), de aanhangers van Catilina (63 v.C.), de Gallische leider
Vercingetorix (46 v.C.) en vele anderen werden hier terechtgesteld. Volgens de
legende zouden de apostelen Petrus en Paulus (1ste eeuw n.C.) hier ook
gevangengezeten hebben.
De onderaardse gevangenis was oorspronkelijk
waarschijnlijk een soort waterreservoir en leidde zijn naam af van het
Oudlatijnse woord tullus
(bron), hoewel de Romeinen zelf de naam in verband brachten met de zesde koning
Servius Tullius (578-535 v.C.). Het gebouw dateert echter ten vroegste van de
4de eeuw v.C. Boven de kerker en de terechtstellingsruimte staat thans een kerk
(chiesa di San Giuseppe dei Falegnami,
'kerk van de heilige Jozef van de timmerlieden') en in het Tullianum is ter ere van de apostelen
een kapel ingericht (cappella di San
Pietro in Carcere, 'kapel van de heilige Petrus in de gevangenis').