|
startpagina | rubriekoverzicht
> mythologie |
Orpheus
en Eurydice
De mythe van Orpheus is een van de onduidelijkste en meest
symbolische verhalen in de Griekse mythologie. Volgens de voorstelling die
vanaf de 6de eeuw v.C. door kunst en literatuur werd vastgelegd, was Orpheus
een zanger, dichter en citerspeler, die werd geboren in Thracië
(Noordoost-Griekenland) in de generatie voor die van de Trojaanse oorlog (dus
voor de 12de eeuw v.C.) als zoon van de Thracische koning Oeager (of van de god
Apollo) en van Calliope, de muze van de epische dichtkunst. Hij werd begenadigd
door Apollo, van wie hij een lier had gekregen. Met zijn betoverende muziek en
gezang wist Orpheus de hele natuur – wilde dieren, bomen en zelfs rotsen – in
de ban te houden. In die hoedanigheid gold hij ook als de schepper van de
oudste versmaat, de hexameter. Volgens diverse auteurs was Orpheus een verre
voorouder van de archaïsche Griekse dichters Homerus (8ste eeuw v.C.) en
Hesiodus (ca. 700 v.C.).
Orpheus wordt voor het eerst genoemd als deelnemer aan de
tocht van de Argonauten, een groep van zowat vijftig Griekse avonturiers die
onder leiding van de Thessalische koningszoon Jason met het schip Argo naar
Colchis (ten oosten van de Zwarte Zee) voeren om er op zoek te gaan naar het
beroemde Gulden Vlies (de gouden vacht van een ram), dat werd bewaakt door een
nooit slapende draak. Orpheus' taak aan boord bestond erin het ritme aan te
geven voor de roeiers. Met zijn muziek slaagde hij erin de golven tijdens een
storm te kalmeren. Bovendien redde hij de Argonauten van de verleiding van de
Sirenen door nog mooier te zingen dan zij.
Het kernstuk uit de mythe van Orpheus is echter zijn
afdaling in de onderwereld. Toen zijn echtgenote, de boomnimf Eurydice, tijdens
een wandeling langs de Thracische rivier Hebrus werd achternagezeten door de
imker Aristaeus en als gevolg van een slangenbeet overleed, was Orpheus ontroostbaar
over haar tragische dood. Hij daalde af in de onderwereld om haar te zoeken en
wist door zijn ontroerende muziek van Hades en Persephone te verkrijgen dat
zijn geliefde Eurydice hem mocht volgen naar het daglicht, op voorwaarde dat
hij niet achteromkeek. Toen hij de bovenwereld bijna had bereikt, werd hij
overvallen door twijfel aan de belofte van Hades en door schrik dat zijn vrouw
hem niet was gevolgd: hij vergat de afspraak en keek toch om, waardoor Eurydice
voor altijd terug in de onderwereld verdween. Gedurende zeven dagen zwierf hij
rond op de oever van de Styx, maar Charon weigerde hem nogmaals over te zetten.
Orpheus kwam aan zijn einde toen Thracische vrouwen in
extase tijdens een feest ter ere van de wijngod Dionysus hem doodsloegen en in
stukken scheurden. Over de reden daarvoor lopen de meningen uiteen. Als
gunsteling van Apollo zou hij deze god hebben verkozen boven Dionysus, die zijn
volgelingen (bacchanten of maenaden) tegen Orpheus zou hebben opgehitst.
Volgens anderen voelden de Thracische vrouwen zich beledigd, omdat Orpheus zijn
overleden echtgenote trouw bleef. In een jongere versie werd hij gedood wegens
zijn vrouwenhaat: hij wou helemaal niets meer met vrouwen te maken hebben en
omringde zichzelf met jongens, waardoor hij dan zou gelden als de uitvinder van
de pederastie. Misschien ook voerde hij op basis van zijn ervaringen in de
onderwereld mysteriën in, waartoe echter geen vrouwen waren toegelaten (deze
laatste stelling vormt het aanknopingspunt met de religieus-filosofische leer
van het orfisme).
Na zijn dood verzamelden de muzen de verschillende delen
van zijn lichaam en begroeven die. Zijn nog steeds zingende hoofd en zijn lier
kwamen terecht in de Hebrus en dreven naar het eiland Lesbos, waar ze bijzonder
werden vereerd en dat daardoor het centrum van de lyrische poëzie is geworden.
De ziel van Orpheus kreeg een plaats in het Elysium, waar hij de schimmen van
de gelukzaligen met zijn muziek mocht bekoren en waar hij voor eeuwig met
Eurydice werd herenigd. Zijn lier werd als sterrenbeeld aan de hemel geplaatst.