startpagina | rubriekoverzicht > literatuur

 

Suetonius

 

 

 

Leven

 

Gaius Suetonius Tranquillus werd geboren te Rome ca. 70-75 n.C. Hij behoorde tot de ridderstand en was advocaat van beroep. Onder de keizers Trajanus (98-117 n.C.) en Hadrianus (117-138 n.C.) was hij een tijd hoofd van de keizerlijke kanselarij (de dienst ab epistulis), van welk ambt hij in 121/122 n.C. werd ontslagen (volgens sommige antieke bronnen zou Suetonius zich iets te vrijpostig hebben gedragen tegenover de echtgenote van keizer Hadrianus). De rest van zijn leven wijdde hij aan zijn literaire arbeid. Daarbij is hij vooral bekend als biograaf. Gaius Plinius Caecilius Secundus was een van zijn goede vrienden. Suetonius overleed ca. 140-150 n.C.

 

 

Werken

 

Als auteur was Suetonius bijzonder veelzijdig. Vooreerst schreef hij een hele reeks werken (sommige zelfs in het Grieks) over o.a. literatuur, kunstgeschiedenis en wetenschappen, die echter nagenoeg allemaal verloren zijn gegaan.

 

De viris illustribus ('Over beroemde mannen')

 

Geschreven tussen 106 en 113 n.C. Dit werk handelt – zoals de titel reeds laat vermoeden – over eminente persoonlijkheden uit de literatuur en de opvoeding (zoals dichters, redenaars, historici, filosofen en grammatici). Behalve een aantal geďsoleerde vitae (levensbeschrijvingen) van dichters (bv. Horatius, Lucanus, Terentius) bleven enkel fragmenten van het onderdeel De grammaticis et rhetoribus ('Over grammatici en redenaars') bewaard.

 

De vita Caesarum ('Over het leven van de keizers')

 

Gepubliceerd ca. 119-122 n.C. Het werk begint met de biografie van Caesar en behandelt verder de levens van de eerste 11 Romeinse keizers (Augustus, Tiberius, Caligula, Claudius, Nero, Galba, Otho, Vitellius, Vespasianus, Titus en Domitianus), dus de periode van 27 v.C. tot 96 n.C. – weliswaar voorafgegaan door de regering van Caesar. Het werk is bijna volledig bewaard gebleven; enkel de inleiding en de eerste hoofdstukken over het leven van Caesar gingen verloren.

 

 

Waardering

 

Suetonius gebruikte heel wat bronnenmateriaal, maar de stof voor zijn biografieën haalde hij vooral uit de keizerlijke archieven, waarvan hij een tijd aan het hoofd stond. Dat verklaart misschien waarom de hoofdstukken over de laatste keizers opmerkelijk korter zijn dan de voorafgaande. In 121/122 n.C. zou Suetonius nl. in ongenade gevallen zijn, waardoor hij niet langer toegang had tot de bovengenoemde bronnen.

 

In navolging van de Alexandrijnse biografen is elke vita (levensbeschrijving) bij Suetonius niet zozeer chronologisch opgebouwd, maar ingedeeld in een aantal themagebieden: afkomst en opvoeding, voorkomen en karakter, familieleven, liefdesleven, bestuursdaden, militaire activiteiten enz. – weliswaar met enkele variaties naargelang de persoon om wie het gaat. Daarbij gaat alle aandacht naar de figuur van de keizer, over wie hij zoveel mogelijk precieze details wil meedelen. Vooral de typisch menselijke trekjes, de deugden en ondeugden van de keizer en anekdotes trekken zijn aandacht.

 

Suetonius' stijl is eenvoudig en zakelijk, koel en nuchter. Hij pretendeert immers een objectief verslaggever te zijn over wat hij schrijft. Hij stond volledig buiten de retorische stijlstroming die in zijn tijd grote furore maakte. Echt origineel was hij niet, want geschreven bronnen nam hij vaak letterlijk en zonder enige vorm van kritiek over.

 

Zoals gezegd gaat Suetonius niet altijd even eerlijk en objectief te werk en is zijn betoog vaak een aaneenschakeling van details en anekdotes. Wat er ook van zij, hij oefende met zijn manier van geschiedschrijving een grote invloed uit op latere historische auteurs.