|
startpagina | rubriekoverzicht
> grammatica > naamvallen |
De
functies van de genitief
|
Genitief
van de bezitter |
|
= |
de persoon
of de zaak die een bepaald voorwerp of een bepaalde eigenschap bezit |
|
bv. |
hostium castra = het kamp van de vijanden maiestas
consulis
= de waardigheid van de consul |
|
Genitief
van het geheel |
|
= |
noemt het
geheel bij woorden die op een of andere manier een deel van een grotere groep
aanduiden |
|
bv. |
magna
pars militum = een groot deel van de soldaten horum
omnium
fortissimi =
de dappersten van hen allen |
|
Onderwerpsgenitief |
|
= |
noemt het
logisch onderwerp van het gevoel of de handeling die wordt uitgedrukt door
het substantief waarbij die genitief staat |
|
bv. |
ira
plebis
= de woede van het volk mors
Caesaris
= de dood van Caesar |
|
Voorwerpsgenitief |
|
= |
noemt het
logisch voorwerp van het gevoel of de handeling die wordt uitgedrukt door het
substantief waarbij die genitief staat |
|
bv. |
amor
patriae
= liefde voor het vaderland imperii cupido = verlangen naar macht |
|
Verklarende
genitief |
|
= |
bepaalt
en verklaart een algemeen begrip (uitgedrukt door het substantief waarbij die
genitief staat) door uit te leggen wat dat begrip precies inhoudt |
|
bv. |
virtus
iustitiae
= de deugd van de rechtvaardigheid praemium
pecuniae
= een beloning in geld |
|
Beschrijvende
genitief |
|
= |
drukt
een lichamelijke of geestelijke eigenschap uit bij de naam van de persoon of
de zaak die deze eigenschap bezit (altijd vergezeld van een adjectief) |
|
bv. |
vir
magnae virtutis = een man met een zeer grote dapperheid lapides
magni ponderis = stenen met een groot gewicht |
|
Genitief
van maat |
|
= |
bepaling
die de afstand, de duur, de hoeveelheid, de leeftijd enz. aanduidt (altijd
vergezeld van een telwoord) |
|
bv. |
mensis
triginta dierum = een maand van dertig dagen puer
septem annorum = een jongen van zeven jaar |
|
Genitief
van onbepaalde waarde |
|
= |
(onzijdige)
bepaling die een onbepaalde waardeschatting of een onbepaalde prijs aanduidt en
die nauw met het substantief of het voornaamwoord verbonden is door een
werkwoord dat een zekere waardering of een (niet nader bepaalde) prijs
inhoudt |
|
bv. |
Quanti est ista gloria? = Hoeveel is die roem
wel waard? Magni
pretii
villam vendidi.
= Ik heb mijn landgoed verkocht tegen een hoge prijs. |
|
Voorwerp
bij een adjectief |
|
= |
voorwerp
bij adjectieven die vast met de genitief verbonden zijn: o.a. cupidus ('begerig naar'), memor ('denkend aan'), plenus ('vol met') enz. |
|
bv. |
Milites
victoriae cupidi erant. = De soldaten waren begerig naar de overwinning. Ollam
auri plenam habeo. = Ik heb een pot vol met goud. |
|
Voorwerp
bij een werkwoord |
|
= |
voorwerp
bij werkwoorden die vast met de genitief verbonden zijn: o.a. complere/implere ('vullen met'), interest/refert
('het is van belang voor'), meminisse
('zich herinneren'), oblivisci
('vergeten'), potiri ('zich
meester maken van') enz. |
|
bv. |
Memini
patris tui.
= Ik herinner me jouw vader. Octavianus
rerum potitur. = Octavianus maakt zich meester van de macht. |
|
Gerechtelijke
genitief |
|
= |
de
inhoud van de beschuldiging (de misdaad) bij werkwoorden en adjectieven die
zich op het domein van de rechtspraak bevinden |
|
bv. |
Maiestatis accusatur. = Hij wordt beschuldigd van hoogverraad. Iudices
eum caedis absolverunt. = De rechters hebben hem vrijgesproken van moord. |
|
Bijwoordelijke
bepaling van plaats |
|
= |
de
plaats waar iemand of iets zich bevindt of waar een bepaalde handeling wordt verricht,
als het gaat om de eigennamen van steden en kleine eilanden die tot de
o/a-verbuiging behoren en in het enkelvoud staan |
|
bv. |
Vergilius
Mantuae natus est. = Vergilius is geboren in Mantua. Consules
Romae versabantur. = De consuls bevonden zich in Rome. |