|
startpagina | rubriekoverzicht
> grammatica > inleiding |
Spelling
en uitspraak
|
Het
Latijnse alfabet |
Het Latijnse alfabet is nagenoeg identiek aan dat van het Nederlands;
het gebruikt dezelfde letters, behalve j
en w, die slechts als klank bestaan
(schriftelijk weergegeven door resp. i
en v). Ook de uitspraak van de meeste
letters is zoals in het Nederlands, op enkele uitzonderingen na.
|
letter |
uitspraak |
opmerkingen |
|
a |
[a] of
[aa] |
kort of
lang |
|
b |
[b] |
|
|
c |
[k] |
|
|
d |
[d] |
|
|
e |
[e] of
[ee] |
kort of
lang, maar nooit dof (zoals in 'het') |
|
f |
[f] |
|
|
g |
[g] |
zoals
in het Frans of het Engels |
|
h |
[h] |
een weinig
aangeblazen (dikwijls zo goed als onhoorbaar) |
|
i |
[ie] [j] |
kort
(zoals in 'tien') of lang (zoals in 'vier') als
beginletter gevolgd door een klinker (bv. iubere)
en in het midden
van een woord tussen twee klinkers (bv. maior) |
|
k |
[k] |
zeer
zeldzaam (slechts in Kaeso, Kalendae en Karthago, waarvan de nevenvormen met een C even frequent zijn) |
|
l |
[l] |
|
|
m |
[m] |
|
|
n |
[n] |
|
|
o |
[o] of
[oo] |
kort of
lang |
|
p |
[p] |
|
|
q |
[k] |
altijd
in de combinatie qu [kw] |
|
r |
[r] |
|
|
s |
[s] |
|
|
t |
[t] |
|
|
u |
[oe] [w] |
kort
(zoals in 'boek') of lang (zoals in 'boer') na q (bv. aqua), na ng (bv. lingua) en in de combinaties sua en sue (bv. suadere, suescere) |
|
v |
[w] |
|
|
x |
[ks] |
|
|
y |
[uu] |
kort (zoals
in 'muziek') of lang (zoals in 'muze') zeer
zeldzaam (meestal in Griekse leenwoorden) |
|
z |
[dz] |
zeer
zeldzaam (meestal in Griekse leenwoorden) |
|
Opmerkingen |
|
1 |
In het Latijn
worden alle letters altijd duidelijk uitgesproken. |
|
2 |
Een
lange klinker staat tot een korte in een verhouding van twee tot één, m.a.w.
een lange klinker is dubbel zo lang als een korte klinker. |
|
3 |
Dubbele
medeklinkers, die alleen voorkomen in het midden van een woord, klinken als
versterkte medeklinkers, d.w.z. als twee klanken. |
|
4 |
De ch, ph, rh en th klinken resp. als een geaspireerde
(aangeblazen) c, p, r
en t. |
|
5 |
Er zijn
in het Latijn drie echte tweeklanken: ae
[ai], au [aw] en oe [oi]. Wanneer ae en oe geen tweeklank
vormen, zet men soms een trema (deelteken) op de e (dus aë en oë). De eu is soms een tweeklank [ew], maar klinkt meestal als [ee-oe].
De combinaties ei, ou en ui zijn in het Latijn nooit tweeklanken, maar klinken resp. als
[ee-ie], [oo-oe] en [oe-ie]. |
|
Indeling van de medeklinkers |
Op grond van hun uitspraak worden
de medeklinkers in een aantal categorieën ingedeeld:
|
a |
OcOcclusieven (plofklanken)
worden gevormd door de luchtstroom uit de mondholte tijdelijk af te sluiten;
deze worden verder onderverdeeld in – labialen (lipletters): b (stemhebbend) en p (stemloos); – dentalen (tandletters): d (stemhebbend) en t (stemloos); – gutturalen (keelklanken): g (stemhebbend) en c, k,
q (stemloos). |
|
b |
Fricatieven
(wrijfklanken) worden gevormd met een lichte wrijving die ontstaat door een
vernauwing in de mondholte; het zijn f
en s (beide stemloos). |
|
c |
Nasalen
(neusklanken) worden gevormd door de luchtstroom langs de neusholte te laten
ontsnappen; het zijn m en n (beide stemhebbend). |
|
d |
Liquidae
(vloeiklanken) worden gevormd door de luchtstroom gelijkmatig langs de tong
te laten vloeien; het zijn l en r (beide stemhebbend). |
Doorheen de bovenstaande categorieën komt nog een andere
indeling voor:
|
a |
Stemhebbend
zijn de medeklinkers die worden gevormd met trilling van de stembanden. |
|
b |
Stemloos
zijn de medeklinkers die worden gevormd zonder trilling van de stembanden. |
|
Klemtoon |
|
1 |
In
woorden met twee lettergrepen ligt de klemtoon op de eerste lettergreep. |
|
2 |
In woorden met drie of meer
lettergrepen ligt de klemtoon – op de
voorlaatste lettergreep als die lang is; – op de derde laatste lettergreep
als de voorlaatste kort is. |
|
Opmerkingen |
|
1 |
De
klemtoon valt in principe nooit op de laatste lettergreep. Schijnbare
uitzonderingen zijn de plaatsbepalende bijwoorden illac en istac
('daarlangs'), illic en istic ('daar'), illinc en istinc
('vandaar'), illuc en istuc ('daarheen'), waarbij in feite
de laatste lettergreep (-e) is
weggevallen. |
|
2 |
De
enclitische partikels -met
('zelf'), -ne (vragend), -pte ('eigen'), -que ('en') en -ve
('of') trekken de klemtoon naar de lettergreep die net voor dat partikel
staat. bv. ego – egomet ; vocat
– vocatne ; suo – suopte ; omnia
– omniaque ; templa – templave |
|
Het
afbreken van woorden |
Vermijd zoveel mogelijk het afbreken van Latijnse woorden
aan het einde van een regel. Als je het toch doet, neem dan de volgende regels
in acht:
|
1 |
Samengestelde
woorden worden gescheiden volgens hun bestanddelen. bv. au-fero, con-stare, im-plevi, inter-est, op-pugno, per-suasum, trans-ire |
|
2 |
Twee
klinkers die op elkaar volgen en geen tweeklank vormen, worden gescheiden. bv. a-mi-ci-ti-a, cen-tu-ri-o, de-us, fi-li-us, hi-ems, po-e-ta, pu-el-la |
|
3 |
In het midden
van een woord wordt één medeklinker tussen twee klinkers met de volgende
klinker verbonden. bv. ho-nor, i-ma-go, la-bor,
ma-ter, mi-les, na-vis,
pa-lus |
|
4 |
In het
midden van een woord worden twee of meer medeklinkers van elkaar gescheiden, behalve
een occlusief gevolgd door een liquida en de lettercombinatie st; deze letters behoren beide tot de
volgende lettergreep. bv. ser-mo, tur-ris, ven-ter, vic-tor ; pa-tri-a, pu-bli-cus ; po-te-stas,
ve-stis |