startpagina | rubriekoverzicht > geschiedenis

 

Keizer Caligula

 

 

 

Gaius Julius Caesar Germanicus werd geboren te Antium (Anzio in Latium) op 31 augustus 12 n.C. als zoon van Germanicus, zoon van keizer Tiberius' broer Drusus, en van Agrippina de Oudere, dochter van keizer Augustus' dochter Julia en haar tweede echtgenoot Marcus Vipsanius Agrippa. Door adoptie werd hij de kleinzoon van keizer Tiberius. Caligula, de naam waarmee hij bekend is, is eigenlijk een bijnaam, die bij te danken heeft aan het feit dat hij werd opgevoed te midden van soldaten (een caliga is een lederen soldatenlaars, waarmee Caligula als kleine jongen dikwijls door het legerkamp wandelde).

 

Na de dood van Tiberius (16 maart 37 n.C.) werd Caligula met heel groot enthousiasme onthaald. Vooral de herinnering aan zijn vader Germanicus maakte hem bijzonder populair bij het leger en het volk. Die populariteit was aanvankelijk niet onterecht, want hij trok de wet op majesteitsschennis Ė waardoor onder het beleid van Tiberius vele koppen waren gerold Ė weer in en schonk magistraten en volksvergaderingen opnieuw de macht die zij bezaten onder Augustus. In tegenstelling met zijn voorganger toonde hij zich ook heel vrijgevig tegenover het volk en het leger.

 

Enkele maanden na zijn troonsbestijging werd hij echter geestesziek en bleef als gevolg daarvan definitief psychisch gestoord. De daaropvolgende regeerperiode was een aaneenschakeling van buitensporigheden en wreedheden, waarin zijn grootheidswaanzin telkens opnieuw tot uiting kwam. Hij wilde naar oosters model vereerd worden als een god en liet daarom een brug bouwen tussen het keizerlijk paleis op de Palatijn en de tempel van Jupiter op het Capitool. Hij ondernam een paar veldtochten in GalliŽ en GermaniŽ, maar de resultaten daarvan waren belachelijk. Na zijn terugkeer te Rome verspilde hij het geld van de keizerlijke schatkist, overlaadde het volk met belastingen, veroordeelde de aanzienlijkste aristocraten om zich hun rijkdommen toe te eigenen en maakte zich schuldig aan de meest buitensporige wandaden.

 

Uiteindelijk werden Caligula, zijn vierde echtgenote Milonia Caesonia en hun dochtertje Julia Drusilla op 24 januari 41 n.C. in het paleis omgebracht door een samenzwering onder leiding van de praefectus praetorio Cassius Chaerea. Hij werd opgevolgd door Claudius.