Als leerkracht
krijg je op toetsen en examens een en ander te lezen. Sommige leerlingen zijn
in hun antwoorden vaak hoogst origineel. Dergelijke pareltjes van vindingrijkheid
maken het corrigeren van die stapels papier heel wat aangenamer en zorgen er
dikwijls voor dat je een lach niet kunt onderdrukken. In deze rubriek wil ik de
bezoekers van deze website met plezier laten meelachen. Om te vermijden dat de
leerlingen in kwestie het schaamrood naar de wangen zou stijgen, zijn uiteraard
alle namen weggelaten.
nieuwe bloopers
schooljaar 2008-2009
Vraag: Beschrijf met je
eigen woorden hoe Orpheus aan zijn einde gekomen is. Waarom is het eigenlijk
nogal erg dat het precies op die manier gebeurd is?
Antwoord: Zijn lichaamsdelen zijn
van elkaar getrokken. Het is erg omdat dit tijdens een wilde orgie gebeurde.
Orpheus wou Eurydice trouw blijven, maar kijk wat er van gekomen is. Sla dus nooit een orgie af.
08/06/2009 – 4de
jaar
Vraag: De tragische
liefdesgeschiedenis van Orpheus en Eurydice geldt als een van de ontroerendste
verhalen uit de klassieke mythologie. Vind jij dat ook of is het voor jou
allemaal net iets te overdreven? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Voor mij is het
allemaal te overdreven. Eurydice was ook maar een (mooie) vrouw. Het is typisch
voor de mannen dat ze in de ban van mooie vrouwen geraken. Ze laten één keer
hun tetten zien en hupla. Vandaag de dag is dat nog altijd van toepassing.
Weeral gaat het om een vrouw. Vrouwen zijn degenen die de wereld te gronde gaan
richten. In de huidige maatschappij krijgen vrouwen veeeeel te veel rechten.
Vrouwen zijn niet in staat een land te regeren, ze horen thuis achter het
fornuis.
(dit antwoord is
– vanzelfsprekend – afkomstig van een jongen)
08/06/2009 – 4de
jaar
|
Archief |
Vraag: Leg het begrip quadrivium kort uit.
(het is een
onderdeel van de zgn. artes liberales
of 'vrije kunsten', bestaande uit rekenkunde, meetkunde, sterrenkunde en
muziek)
Antwoord: Het zwembad in Schellebelle met
een reusachtige glijbaan, twee bubbelbaden en een verwarmd kinderzwembad.
Broodjes te verkrijgen in de cafetaria.
24/04/2002 – 6de
jaar
Vraag: Bespreek bondig de filosofie van
Pythagoras.
(hij beweerde dat het lichaam de kerker is van de ziel)
Antwoord: De ziel is het onstoffelijke en
eeuwige, het lichaam is stoffelijk en vergankelijk. De geest zit gevangen in
het lichaam: het lichaam is de kerk.
Bij de dood komt de ziel vrij en gaat over in een ander lichaam:
zielsverhuizing.
05/06/2002 – 6de
jaar
Vraag: Waarmee hield de Ionische
filosofie zich vooral bezig? Noem twee filosofen en geef hun voornaamste
stelling op dat vlak.
(Anaximander van
Milete beweerde dat alles uit het onbepaalde
was ontstaan)
Antwoord: (...) Anaximander van Milete: hij
zei dat alles uit het onbestaande
was ontstaan.
05/06/2002 – 6de
jaar
Vraag: Wat is het ideaal van het
stoïcisme?
(bedoeld wordt
de onverstoorbaarheid)
Antwoord: Het ideaal is om alles kalm en
beredeneerd tegemoet te gaan. De onverstrooibaarheid
is het doel.
05/06/2002 – 6de
jaar
Vraag: Tacitus zegt over
zijn eigen werk: minimum oblectationis
adferunt (Annales IV, 33). Welke
twee redenen geeft hij daarvoor?
Antwoord: Geen flauw idee,
meneer.
17/10/2002 – 6de
jaar
Vraag: Vertaal Viri in
uxores, sicuti in liberos, vitae necisque habent potestatem (Caesar, Commentarii de bello Gallico VI, 19).
Antwoord: De man had tegenover zijn echtgenoot en net zoals tegenover zijn kinderen de macht over leven
en dood.
(blijkbaar was het homohuwelijk reeds bij de Galliërs
ingeburgerd)
24/10/2002 – 3de jaar
Vraag: Quartum decumum
aetatis annum (Tacitus, Annales
XIII, 15, 1). Waarom was precies deze verjaardag van Britannicus zo
belangrijk?
Antwoord: Als een keizerlijk
lid 14 jaar werd, betekende dat dat hij volwassen werd.
(de omschrijving 'lid van de keizerlijke familie' was
misschien toch iets minder dubbelzinnig geweest)
16/12/2002 – 6de jaar
Vraag: Wat wordt uitgedrukt door de conjunctief apparasset (Cicero, Pro Milone 28)?
Antwoord: Waarschijnlijk wel iets.
21/02/2003 – 6de jaar
Vraag: Benoem de stijlfiguur in maioresque ... umbrae (Vergilius, Bucolica I, 83) en maak duidelijk wat je ermee bedoelt.
Antwoord: Een overspannen
hyperbaton: twee woorden die bij elkaar horen, worden van elkaar gescheiden
door de rest van het vers.
(jawel, ook stijlfiguren zijn onderhevig aan stress)
19/03/2003 – 4de jaar
Vraag: Welk belang heeft de vermelding van het adjectief odoratas in de zin Rapidi vicinia solis mollit odoratas, pennarum vincula, ceras
(Ovidius, Metamorphoses VIII, 225-226)?
Antwoord: Dat de was goed rook. Icarus was waarschijnlijk high,
letterlijk en figuurlijk!
25/03/2003 – 3de jaar
Vraag: Vertaal ... nudos
quatit ille lacertos ... (Ovidius, Metamorphoses
VIII, 227).
Antwoord: ... naakt probeerde
hij met zijn armen te zwaaien ...
25/03/2003 – 3de jaar
Vraag: Vertaal Ad te
confugimus, a te opem petimus, tibi nos, ut antea magna ex parte, sic nunc
penitus totosque tradimus (Cicero, Tusculanae
disputationes V, II, 5).
Antwoord: Dat je ons doet samenkomen we alles aan je kunnen vragen
jij wij doordat daarna een groot deel doordat nu de volledige en penitus ons
overleverd. Puntje voor de moeite?
28/03/2003
– 6de jaar
Vraag: Leg het begrip quadrivium
kort uit.
(het is een onderdeel van de zgn. artes liberales of 'vrije kunsten', bestaande uit rekenkunde,
meetkunde, sterrenkunde en muziek)
Antwoord: Deel van de 7 liberalen
...
(Guy Verhofstadt? Patrick Dewael? Karel De Gucht? ...)
09/05/2003 – 6de jaar
Vraag: Uit welke twee onderwerpen bestond omnis eius oratio (Cicero, Academica
I)?
(een tekst over de filosofie van Socrates, maar dat heeft
verder weinig belang)
Antwoord: Als ik zeg dat ik het bij God niet zou weten en daarbij
vraag om een puntje voor de moeite van het vol schrijven van deze 6 regeltjes
bestaande uit stippellijntjes, zodat deze plaats toch gevuld geraakt wordt,
zoals het zou moeten, kan ik dan op de website komen bij 'domme' antwoorden?
09/05/2003 – 6de jaar
Vraag: Aan welk ander beroemd verhaal (dat wel heel wat later
werd geschreven) doet de geschiedenis van Pyramus en Thisbe je denken?
Antwoord: Als het een van deze niet is (waarschijnlijk niet), weet
ik het ook niet meer: Doornroosje, Roodkapje, Rapunzel, Barbie, De drie
biggetjes, Pinocchio, Assepoester, Het kleine kleermakertje, Belle en het
Beest, Pocahontas.
(jammer voor de moeite, maar het juiste antwoord zit er
inderdaad nog niet tussen)
14/05/2003 – 3de jaar
Vraag: Bespreek het verschil in opvatting tussen Thales en
Anaximander aan de hand van Cicero, Academica
II, 118.
(Anaximander van Milete beweerde dat alles uit het onbepaalde was ontstaan)
Antwoord: Thales zegt dat alles uit water komt, Anaximander alles
is ontstaan uit de natuur, maar dan wel het onbestaande.
04/06/2003 – 6de jaar
Vraag: Welke twee vaststellingen doen Pyramus besluiten dat er
Thisbe iets verschrikkelijks is overkomen (Ovidius, Metamorphoses IV, 55-166)?
Antwoord: Hij ziet de voetsporen van een wild dier (leeuw) in het gulle zand en hij vindt Thisbe's sluier
die bevlekt is met bloed.
10/06/2003 – 3de jaar
Vraag: Benoem de stijlfiguur in gravet pennas (Ovidius, Metamorphoses
VIII, 205) en maak duidelijk wat je ermee bedoelt.
Antwoord: Chiasme van klanken, d.w.z. de klinkers in beide woorden
staan in spiegelbeeld van elkaar (kruisstelling, + blz. 149 Latijnse
spraakkunst).
(een perfecte gok: het staat inderdaad op blz. 149 – toch
iemand die zijn grammatica af en toe openslaat)
10/06/2003 – 3de jaar
Vraag: Vind je het verhaal over de tragische lotgevallen van
Pyramus en Thisbe geloofwaardig of niet? Motiveer je antwoord (gebruik daarvoor
ook elementen uit de tekst).
Antwoord: Niet echt. Het is wel geloofbaar, of het kan wel echt
gebeuren, maar ik vind dat als dit echt zou zijn, dat onze vriend Pyramus veel
te overhaast reageert met diezelfde nacht nog zelfmoord te plegen. En wat maakt
één vrouwmens minder uit? Veel minder
gezaag!
(het is waarschijnlijk een overbodige vermelding, maar
dit antwoord werd genoteerd door een jongen)
10/06/2003 – 3de jaar
Vraag: Bespreek inhoudelijk de woorden van Tityrus in v. 59-63
(Vergilius, Bucolica I). Wat wil hij
Meliboeus hiermee duidelijk maken?
Antwoord: Dat het onmogelijk is om/dat ... ik weet het niet meer.
16/06/2003 – 4de jaar
Vraag: Vertaal Vergilius, Bucolica
I, 70-73.
Antwoord: Zo zullen ontrouwe soldaten deze grond hebben en
barbaren ... Pffff, kon je nu geen ander deeltje vragen ...
16/06/2003 – 4de jaar
Vraag: Hoe blijkt uit de beschrijving van de onderwereld
(Vergilius, Georgica IV, 467-484) de
grote macht en invloed van Orpheus' muziek? Illustreer met voorbeelden uit de
tekst.
Antwoord: Het wordt een heus feestje met allemaal death metal en
alle schimmen gaan door tot in de vroege uurtjes. Zelfs Hades komt even binnen
tijdens de happy hour.
16/06/2003 – 4de jaar
Vraag: Noem twee bronnen die Sallustius voor zijn werk Bellum Catilinae heeft gebruikt.
Antwoord: Zijn eigen herinneringen en de speeches van dienen anderen senator.
15/09/2003 – 4de jaar
Vraag: Wat betekent de afkorting S.P.Q.R.? Wie hadden dus de macht in Rome? Van welke staatsvorm was
er dan ook sprake?
Antwoord: (...) Mijn inleiding tweede blad bovenaan vijfde lijn
tussen haakjes.
23/09/2003 – 6de jaar
Vraag: Welke bepalingen hield de lex Oppia precies in?
Antwoord: (...) ze mogen enkel in de omgeving van de stad met de auto rijden.
(de techniek bij de Romeinen was wel al heel ver
gevorderd)
08/10/2003 – 4de jaar
Vraag: Waarom stuurden Gallische ouders hun kinderen in de leer
bij de druïden? (Caesar, Commentarii de
bello Gallico VI, 14)
Antwoord: Voor de voordelen en misschien ook om 20 jaar van hun
kinderen vanaf te zijn.
20/10/2003 – 3de jaar
Vraag: Per comitialem
morbum (Tacitus, Annales XIII,
16). Welke morbus wordt hiermee
bedoeld? Hoe kwam die aan zijn naam?
(comitialis morbus
is epilepsie, genoemd naar de comitia
of volksvergadering, die uiteenging wanneer iemand een aanval kreeg, omdat dit
als een slecht voorteken werd gezien)
Antwoord: Hier wordt epilepsie bedoeld en de Romeinen noemden dit
de vallende ziekte omdat men de gewoonte had bij dergelijke aanvallen om neer
te vallen.
(allicht: daarom heet het ook vallende ziekte)
04/11/2003 – 6de jaar
Vraag: Leg haec fama
(Sallustius, Bellum Catilinae 14, 7)
uit met je eigen woorden.
Antwoord: De 'roddelaars' willen met de ik-weet-het-allemaal-perfect-eer
gaan lopen, denk ik (vele streepjes maken 1 punt).
18/11/2003 – 4de jaar
Vraag: In De bello
Gallico VI, 16 maakt Caesar tweemaal gebruik van een stijlfiguur. Noteer
van één ervan de Latijnse woorden, benoem ze en leg uit wat je ermee bedoelt.
Antwoord: Proeliis
periculisque: alliteratie, d.w.z. een stijlfiguur waarbij twee woorden die
naast elkaar staan, beginnen met één of meerdere letters.
(doen alle woorden dat niet?)
03/12/2003 – 3de jaar
Vraag: Wat vind jij van de maatschappelijke positie van de
Gallische vrouw? Antwoord vanuit de positie van je eigen geslacht. Motiveer je
antwoord.
Antwoord 1: Ik vind dat die toch al heel goed
is tegenover de plaats van de Griekse of de Romeinse vrouw. Maar toch, dat de
mannen macht over haar leven en dood hebben, is toch oneerlijk; als de man haar
gezicht niet meer kan zien, dan mag hij ze gewoon vermoorden, alsof ze een
bezitting is, materiaal, niet eens een levend wezen. En dat ze de vrouw gaan
ondervragen als haar man nogal op een rare manier gestorven is, dat ze dan
direct de vrouw gaan beschuldigen, is dom. En dat ze haar dan nog als slaaf
gaan behandelen ... Volgens mij wisten de
Galliërs gewoon niet hoeveel een vrouw wel waard kan zijn.
(dit antwoord werd genoteerd door een meisje)
Antwoord 2: Ik vind dat wel kunnen, want de vrouwen worden nu steeds meer de
baas, dat is niet echt goed. Bij de Galliërs daarentegen hadden de vrouwen
een beetje rechten, maar niet te veel. Alleen die ondervraging op de manier van
slaven mag iets zachtaardiger, maar niet te veel. Zo erg als bij de Grieken mag
zeker niet, maar zoals bij de Galliërs vind ik wel een goed idee. De macht over leven en dood hebben van uw
vrouw vind ik ook wel iets plezant. De mannen aan de macht gaat toch veel beter
dan de vrouwen aan de macht.
(dit antwoord werd genoteerd door een jongen)
03/12/2003 – 3de jaar
Vraag: Voor welke twee situaties was Aeneas volgens Dido
(Vergilius, Aeneis IV, 320-323)
verantwoordelijk?
Antwoord: Door jou zijn de Lybische volkeren kwaad op mij, de
Numidische koningen en al de rest van die
negerkes en roeli boelis.
08/12/2003 – 5de jaar
Vraag: Benoem de stijlfiguur in Phrygios ... ignes (Vergilius, Aeneis
II, 276) en bespreek de inhoudelijke waarde ervan.
Antwoord: Hyperbaton: maakt duidelijk dat Phrygios wel heel erg ignes
was.
08/12/2003 – 5de jaar
Vraag: Voor wie heb jij de meeste sympathie: Dido of Aeneas?
Wat denk je van Aeneas' vlucht en van Dido's reactie daarop?
Antwoord: Ik heb de meeste sympathie voor Aeneas. Ik vind het heel
normaal dat hij ervandoor gaat: een opdracht van de oppergod zelf mag niet
lichtvaardig opgevat worden. Hij moet die opdracht vervullen en zoiets stoms als een huwelijk of een vrouw
mag daar niet tussenkomen. (...)
(het is waarschijnlijk een overbodige vermelding, maar
dit antwoord werd genoteerd door een jongen)
08/12/2003 – 5de jaar
Vraag: Catilina kon voor zijn samenzwering rekenen op een vrij
grote aanhang, ook van heel wat jongeren. Stel dat er in België een revolutie
zou uitbreken van de gewone bevolking tegen de rijken en de politici, zou je
daaraan deelnemen en (zo ja) voor wie zou je dan partij kiezen? Motiveer je
antwoord.
Antwoord 1: Ja. Ik zou voor de rebellen
kiezen. Er kan heel wat anders en er moet heel wat anders qua regeren,
akkoorden. Jezelf verrijken is anders ook aangenaam en via die revolutie
moeten/kunnen kinderen later -0,5 puntjes afgetrokken krijgen omdat ze bij
geschiedenis mijn naam niet goed konden schrijven, want ik neem wel aan dat ik
een belangrijke rol zal krijgen tijdens die revolutie, hé! Dus logische
conclusie: mijn naam zullen ze dus ook moeten kennen, net als Bonaparte een
beetje, of zoals Caesar of ...
(van bescheidenheid heeft deze leerling ook niet veel
last)
Antwoord 2: Ik zou niet meedoen, omdat ik
geen partij wil kiezen. Als ik voor de armen zou kiezen, zouden de rijke
klanten van mijn vader geneigd zijn naar een ander bedrijf te gaan, wat een
indirecte afslanking is van mijn erfenis. (...)
(van een vooruitziende leerling gesproken)
15/12/2003 – 4de
jaar
Vraag: Verklaar de wijs van fuisset (Vergilius, Bucolica I, 16).
Antwoord: Participium
coniunctum, voor de fun.
19/02/2004 – 4de
jaar
Vraag: Welke stijlfiguur is condidit (Ovidius, Metamorphoses VIII, 235)? Leg uit wat je ermee bedoelt.
Antwoord: Enjambement: een
woord dat met één been in de volgende
zin verder gaat.
08/03/2004 – 3de
jaar
Vraag: Vertaal Vergilius, Georgica IV, 467-470.
Antwoord: Dzju, nog 5 minuten,
dat gaat niet meer lukken, vrees ik ...
12/05/2004 – 4de
jaar
Vraag: Hoe noemt men de
dichters en muzikanten die de Carmina
Burana tot stand hebben gebracht? Vanwaar die naam?
Antwoord: Vaganten: komt van vagibilis (of zoiets), het waren mensen
die rondtrokken (...)
(het lijkt toch
een beetje op vagari)
13/05/2004 – 5de
jaar
Vraag: Beschrijf met je
eigen woorden de inhoud van de tweede strofe van Ecce gratum (Carmina Burana).
Antwoord: Door de lente hangt
de liefde terug in de lucht. Het is de hele tijd winter geweest en daarom waren
de mannen hun fluiten verschrompeld, maar in de lente is het terug warm en doen
de meisjes dunne kleren aan of lopen ze monokini: blij, fluiten pal omhoog.
(dit antwoord
werd nog geïllustreerd met een suggestieve tekening, maar die is echt niet voor
publicatie vatbaar)
03/06/2004 – 5de
jaar
Vraag: Geef een kort woordje
uitleg bij de naam Libitina uit
Horatius, Carmina III, 30.
Antwoord 1: Geen idee,
meneer. Waarom zoek je het niet eens op in plaats van dat aan mij te vragen?
Antwoord 2: Libi en Tina, lekker tienerreeksje op
Kanaal 2, met de Olsen – oh god, waren ze maar al meerderjarig, naar de mening
van sommige mannen tweeling.
03/06/2004 – 5de
jaar
Vraag: Geef een kort woordje
uitleg bij de naam Daunus uit
Horatius, Carmina III, 30.
Antwoord: De jongere broer van
Paul Severs, die een klein decennium een hit had met Zeg eens, meisje – dam dam
dam dam dam didoebiedoebie ... Dit is echter wel een schuilnaam.
03/06/2004 – 5de
jaar
Vraag: Waarom is er in de
tekst alleen sprake van masculi?
Breng dit ook in verband met de positie van de vrouw in het huwelijk.
Antwoord: Omdat het de man was
die besliste of hij trouwde of niet. Als hij oud genoeg was, mocht hij kiezen;
de vrouw had niet echt veel te zeggen. De vrouw werd duidelijk gezien als
minderwaardig, enkel goed om het huishouden te doen, waar ik het volledig mee eens ben.
(dit antwoord
werd genoteerd door een jongen)
03/06/2004 – 5de
jaar
Vraag: Waaruit bestaan
Horatius' Sermones?
Antwoord: Satiren. Inhoud: de
morele waarden en normen van die tijd werden op de korrel genomen bij Horatius,
meer bepaald het zedenverval bij de leden van de kerk.
(de kerk in
Horatius' tijd?)
03/06/2004 – 5de
jaar
Vraag: Wat bedoelt Horatius
concreet met monumentum (Carmina III, 30, v. 1)? Wat zegt hij
daarover? Is zijn 'voorspelling' uitgekomen?
Antwoord 1: (...) Ik weet
niet of het is uitgekomen, maar ik vrees van niet, want ik had nog nooit over
zijn monument gehoord.
Antwoord 2: (...) Zijn
voorspelling is inderdaad uitgekomen, anders zou ik nu thuis zitten in plaats
van deze vraag in te vullen.
03/06/2004 – 5de
jaar
Vraag: Geef een korte
verklaring van portitor Orci
(Vergilius, Georgica IV, 502).
Antwoord 1: Charon, de
veerman die de doden over de Styx zette met zijn bootje, in ruil voor een obool
(mooi woord, extra puntje?) die ze
meekregen in de mond wanneer ze werden begraven.
Antwoord 2: De veerman
over de Styx, Charon, oud ventje dat de schimmen, na het betalen van een obool,
naar de onderwereld voer met zijn luxueus cruiseschip. Vergelijk met Speed 2.
11/06/2004 – 4de
jaar
Vraag: Heel Bucolica I probeert Meliboeus bij
Tityrus en de lezers medelijden op te wekken voor zijn situatie. Vind je dat
hij daarin slaagt of juist niet? Motiveer je antwoord met gegevens uit de
tekst.
Antwoord: Ik vind van wel,
vooral als hij begint over zijn schaapjes die zo, ocharm, hun kleintjes hebben
moeten achterlaten. Dan raakte het verhaal me wel wat. Geef toe, wie wordt er
nu niet ontroerd door zo een droevig, schattig schaapje? (behalve Tom natuurlijk, dat spreekt voor zich) (...)
(toch sympathiek
als je zo door een klasgenoot voor schut wordt gezet op een examen)
11/06/2004 – 4de
jaar
Vraag: Het verhaal van
Orpheus en Eurydice geldt als een van de ontroerendste uit de klassieke
mythologie. Kan deze 'love story' jou raken of vind je het allemaal net iets te
overdreven? Stel jezelf misschien eens in de plaats van Orpheus ... en noteer
dan je mening. Motiveer je antwoord.
Antwoord 1: (...) Het
einde is wel een beetje zielig, maar ja, daar leren we dan weer uit dat je niet trouw moet blijven aan je
partner, want dat is levensgevaarlijk!
(de jongens die
met dit meisje iets beginnen, zijn hierbij gewaarschuwd)
Antwoord 2: Ik vind het
niet net iets te overdreven, ik vind het zelfs je reinste onzin! Ten eerste ben
ik niet paranoïde genoeg om in niet-bestaande plaatsen zoals een onderwereld te
geloven en ten tweede sta ik helemaal paf als Orpheus een niet-bestaande plaats
zowaar vindt! Een verhaal moet toch waarheid bevatten? En dan dat stuk waarin
Orpheus kuis gaat proberen wezen, jongens, jongens, profiteer er eens van, zou
ik zeggen. Als de kat van huis is, dansen de muizen; als de kat dood is, dansen
ze nog meer!
Antwoord 3: Ik vind dat
wel wat overdreven, naar de onderwereld afdalen om zijn enige echte geliefde
terug te winnen, die hij waarschijnlijk al tien keer bedrogen heeft. Goede raad
voor Orpheus: ander en beter! Maar het feit dat Orpheus en zelfs Eurydice
vreemdgaan, dat verzwijgen ze wel in de boeken, anders zou het geen 'love
story' meer zijn. Tja, ieder denkt er het zijne van, daarom zijn dat
meningsvragen, en mijn mening, al zeg ik het zelf, is 2,5 punten waard.
11/06/2004 – 4de
jaar
Vraag: Beschrijf met je eigen
woorden hoe Orpheus aan zijn einde is gekomen. Waarom is het eigenlijk nogal
erg dat het precies op die manier is gebeurd?
Antwoord 1: Terwijl hij
daar zo droef aan het ronddolen was, kwam hij plotseling terecht op een
nachtelijke orgie van de vrouwen van Bacchus. Zij zagen het wel zitten om hem
erbij te nemen, maar hij ging niet in op hun avances. Ze werden woedend,
ziedend, furieus ... en begonnen hem aan te vallen, en het is algemeen bekend
dat als meisjes vechten, ze pitsen en knijpen en krabben, maar ze konden
blijkbaar ook heel hard trekken, want ze scheurden hem in duizend stukken en
verspreidden hem over de akkers. Zijn hoofd en zijn lier belandden in een
rivier. Dus moest hij naar de onderwereld in duizend stukjes, wat niet goed
ging en wat het voor hem nog tragischer maakt.
Antwoord 2: Orpheus liep
tijdens zijn omzwervingen langs bij een orgie van de Ciconen ter ere van
Bacchus. De vrouwen van de Ciconen maakten avances, maar hij ging er niet op
in, met als gevolg dat het vrouwelijk geslacht zich weeral eens tekortgedaan
voelde. In hun woede scheurden ze Orpheus uit elkaar en strooiden hem uit over
weidse velden (waarschijnlijk in de hoop
dat er daar dan Orpheusbomen zouden groeien en ze meer seksslaven zouden
hebben, de vrouwen weten namelijk niet beter). (...)
11/06/2004 – 4de
jaar
Vraag: Over welk artistiek
talent beschikte Calpurnia volgens Plinius, Epistulae
IV, 19? Op welke manier is dat voor Plinius een bewijs van haar liefde voor
hem?
Antwoord: Gitaar spelen en
zingen, omdat ze dit, volgens Plinius, niet heeft geleerd van een leraar, maar
door haar liefde voor hem (hoewel ik denk
dat ze misschien vreemdging met haar muziekleraar).
14/06/2004 – 3de
jaar
Vraag: Wat betekent Quae lex (...) plus semuncia auri habere
(...) vetabat?
Antwoord: En die wet verbood
dat ze meer dan een half ons in de oren
hadden.
(een kleine
verwarring tussen de Latijnse woorden aurum,
'goud', en auris, 'oor')
01/10/2004 – 4de
jaar
Vraag: (bij een tekst over
de Tweede Punische Oorlog, 218-201 v.C.)
Antwoord: Er was een wet op het
einde van de Tweede Wereldoorlog ...
(een
chronologische vergissing van ruim 2100 jaar)
01/10/2004 – 4de
jaar
Vraag: Geef een Nederlands
woord dat van het Latijnse post is
afgeleid en maak duidelijk op welke manier er een verwantschap bestaat tussen
het Latijnse en het Nederlandse woord.
(het voorzetsel post betekent 'na' of 'achter')
Antwoord 1: Post – Brieven
en pakjes die worden bezorgd.
Antwoord 2: De Post – Is
altijd te laat.
Antwoord 3: Post – Nadat
het geschreven is, post je het.
Antwoord 4: Postbode –
Briefbezorger.
07/10/2004 – 3de
jaar
Vraag: Leg haec fama (Sallustius, Bellum Catilinae 14, 7) uit met je eigen
woorden.
Antwoord: Het gerucht dat
Catilina iets zou doen met de jongemannen
in zijn huis, was nog nooit bewezen.
(wat moeten we
ons daarbij voorstellen?)
26/11/2004 – 4de
jaar
Sommige
leerlingen gaan zo op in de leerstof dat ze op een toets over Sallustius' Bellum Catilinae als naam op hun blad
noteren: Catilina E...
(de familienaam
houden we natuurlijk strikt geheim)
26/11/2004 – 4de
jaar
Vraag: Wat waren de
verschillende bedoelingen van Catilina's persoonlijke gesprekken met zijn
aanhangers?
Antwoord: Sommigen spoorde hij
aan en anderen bracht hij in verleiding
...
26/11/2004 – 4de
jaar
Vraag: Vertaal Sallustius, Bellum Catilinae 17, 5.
Antwoord: Er was eens een
leerling die zijn les beter moest voorbereiden, zodat hij deze onzin niet zou
moeten neerschrijven.
26/11/2004 – 4de
jaar
Vraag: Wat wordt precies
bedoeld met longius volvens
(Vergilius, Aeneis I, 262)? Welke
beeldspraak zit daarin?
Antwoord: Dat Jupiter een lange
uitleg gaat afsteken, zodanig lang dat hij (meneer
Facq zijn idee) meer vertelt dan nodig om Aphrodite te troosten, of (mijn idee) dat hij meer gaat zeggen dat
hetgeen waarom Aphrodite komt, en dus zo de hele Romeinse geschiedenis bloot
legt.
26/11/2004 – 5de
jaar
Vraag: Waarmee staat het imperium sine fine (Vergilius, Aeneis I, 279) in tegenstelling?
Antwoord: Later in de tekst
wordt verteld dat het rijk zal grenzen aan de oceanen. Hier verkondigt Jupiter
dat het rijk geen grenzen zal kennen. Hij spreekt zichzelf dus tegen ... Het begin van dementatie, Jupiter is al niet
meer van de jongste!
26/11/2005 – 5de
jaar
Vraag: Of Nero al dan niet
schuldig is aan de brand van Rome in 64 n.C. is nog steeds niet met absolute
zekerheid te zeggen en dat zal wellicht zo blijven. Wat denk jij ervan? Heeft
Nero de opdracht voor die brand gegeven of niet? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Ik denk dat het Nero
was, want hij was compleet gestoord. Hij heeft ook de helft van zijn familie
vermoord, dus zal hij ook wel in staat zijn om Rome plat te branden. (Eigenlijk waren het de christenen, het zijn
echte smeerlappen, maar dit kan ik niet motiveren.)
08/12/2004 – 6de
jaar
Vraag: Wat was de
onmiddellijke aanleiding tot de Trojaanse oorlog? Met welk begrip zou je
bijgevolg de eigenlijke reden ervan kunnen aanduiden?
Antwoord: (...) Jaloezie, het
feit dat Helena, een getrouwde vrouw, meegaat met een felle jonge vent zal Menelaüs laten beseffen hebben dat hij een lelijke draak was. Hij was dus
jaloers op Paris.
13/12/2004 – 5de
jaar
Vraag: Op welke manier(en)
en/of met welke vermelding(en) beschrijft Vergilius (Aeneis II, 13-39) de Trojaanse opluchting na zoveel jaren oorlog?
Antwoord: (...) een superorgie
die avond (...) en overal had iedereen seks met iedereen.
13/12/2004 – 5de
jaar
Vraag: In welke mate kun je
begrip opbrengen voor Juno's vijandige positie tegenover de Trojanen? Denk aan
de redenen daarvoor, probeer jezelf in Juno's positie te plaatsen en motiveer
je antwoord.
Antwoord 1: Het is hun
prins die zegt dat ze lelijk is. Een
andere prins boort in het holleke van Zeus. Dan heb je nog een ander kwakje Trojanen dat haar
geliefkoosde stad om zeep gaat helpen. Je probeert er zoveel mogelijk te doden;
toch blijven ze terugkomen en altijd met minder, maar toch. Natuurlijk dat je
dan kwaad bent als je dat allemaal weet, en
dat je de hoerenzonen een voor een naar de hel wilt sturen.
Antwoord 2: Ik kan mij
perfect inbeelden waarom Juno zo kwaad is. Eigenlijk is haar reactie niet meer
dan normaal; ze is zelfs nog vrij braaf. Tenslotte is ze toch bedrogen geweest,
blijkt haar man op jongemannen te vallen, is er met haar kind geen rekening
gehouden... In deze tijd zou de vrouw wel
weten wat haar te doen staat: nl. dumpen, recycleren en naar een betere man op
zoek gaan. (...)
Antwoord 3: (...) Niet
alle Trojanen vinden Aphrodite de mooiste, iedereen heeft een andere smaak. Misschien dat Paris meer op blondjes valt of
zo.
Antwoord 4: Dit gaat u
niet verwachten, maar ik heb hier totaal geen begrip voor! Ik vind het oké dat
ze nood heeft om haar agressie af te reageren zoals bij de Trojaanse oorlog,
maar allez, denk eens aan de
toekomst! Het lot had voorspeld dat Rome veel oorlog zou voeren, dus indien
Juno nog eens nood zou hebben om haar agressie af te reageren, zou ze beter af
zijn met Rome. Volgt u nog? Goed! Stel u voor dat ze de ex-Trojanen,
toekomstige Romeinen, helpt met het stichten van Rome, zal deze sneller kunnen
gaan vechten en zal Juno sneller haar sexy lederen pakje nog eens willen
aantrekken en zich afreageren. RRAAUUW ...
13/12/2004 – 5de
jaar
Vraag: Zowel in hfst. 14 als
in hfst. 17 van Bellum Catilinae
vermeldt Sallustius dat er ook heel wat jongeren deelnamen aan de samenzwering
van Catilina. Wat vind je daarvan? Zou jij in gelijkaardige omstandigheden ook
te vinden zijn voor een dergelijk plan of zegt jou dat helemaal niets? Anders
gezegd: ben jij een rebels type of eerder inschikkelijk? Motiveer je antwoord.
Antwoord 1: Ik zou het
fantastisch vinden, eindelijk wat leven in de brouwerij. Zo'n staatsgreep zie
ik helemaal zitten, vooral dan als ik aan de macht kom: een luxueus leven,
welgesteld. En als het dan mis loopt: ik ben toch maar minderjarig en mijn ma
is advocaat, dus die regelt dat wel. Als ik alleenheerser was, dan zou het een
leuke tijd worden voor vele mensen (maar voor anderen ook niet zo ;-)).
Antwoord 2: Ja, als ik
geen tv of pc had en hele dagen buiten moest spelen, zou ik graag ook wat meer
actie in mijn leven willen hebben en zou een staatsgreep een geschikt middel
zijn om de sleur van het dagelijkse leven te doorbreken. De enige spanning die er nu inzit, is fouten zoeken op jouw examen;
eigenlijk wel zielig, maar ja ...
(deze leerling
had vlak daarvoor een typfout in mijn examen ontdekt)
Antwoord 3: Ik zou wel
voorstander zijn van een revolutie, maar niet op illegale wijze. Als er echt
iets mis is met de staat, dan zal het volk zelf wel doorhebben dat er
veranderingen moeten komen. Trouwens, met
mijn extreem hoog IQ en inzicht zou ik het toch makkelijk tot patriciër
geschopt hebben; ik heb geen revolutie nodig om aan de macht te geraken.
15/12/2004 – 4de
jaar
Vraag: Wat betekent de
uitspraak 'Cicero was op filosofisch vlak een eclecticus'?
(een eclecticus
is een filosoof die zich niet aan een bepaalde theorie bindt, maar van alle
theorieën diegene uitkiest die hem de beste lijkt; hij maakte a.h.w. een compilatie van de Griekse filosofie)
Antwoord: Hij nam alle
bestaande theorieën over de retoriek en maakte hiervan een complicatie.
21/01/2005 – 6de
jaar
Vraag: In welke
omstandigheden verliep het proces tegen Milo? Wat was het vonnis van de
rechtbank? Waaraan was dat resultaat te wijten?
Antwoord: Slechte, hij werd
schuldig bevonden wegens doping!
03/03/2005 – 6de
jaar
Vraag: Vertaal Cicero, Pro Milone 27 (...).
Antwoord: (...) Nooit zou hij
terugkeren, hij was zijn leven moe. Hij
nam zijn zak en as, smeerde een bo met choco (van Nutella) en weg was hij.
03/03/2005 – 6de
jaar
Vraag: Bepaal en verklaar de
naamval van nobis (Vergilius, Bucolica I, 80).
(het is een
datief van de bezitter, maar de leerling bedoelt hier verkeerdelijk een
bepaling van gesteldheid)
Antwoord: Ablatief, bepaling
van gezelligheid.
21/04/2005 – 4de
jaar
Vraag: De zin immanem ante pedes hydrum moritura puella
servantem ripas alta non vidit in herba (Vergilius, Georgica IV, 458-459) bevat op het eerste gezicht een inhoudelijke
tegenstelling. Hoe kun je dit toch logisch verklaren?
Antwoord: Dat het meisje de
slang voor haar voeten niet zag in het hoge gras, is begrijpelijk. Ze zouden beter een tuinier laten passeren,
dan was ze niet gestorven!
13/05/2005 – 4de
jaar
Vraag: De zin restitit Eurydicenque suam iam luce sub ipsa
immemor, heu, victusque animi respexit (Vergilius, Georgica IV, 490-491) bevat de kern van het hele verhaal. Hoe weet
Vergilius in deze zin de spanning op te drijven?
Antwoord: Geen idee; vraag het
hem.
13/05/2005 – 4de
jaar
Vraag: Magna luis commissa (Vergilius, Georgica
IV, 454). Wie is het onderwerp van luis
en om welke commissa gaat het
concreet?
Antwoord: Het gaat over een of
andere imker die iets misdaan had, waardoor zijn bijen doodgingen (denk ik). Ik was niet aanwezig in de les toen dit deel
van de tekst behandeld werd ...
13/05/2005 – 4de
jaar
Vraag: Bespreek in grote
lijnen het ontstaan en de inhoud van de Carmina
Burana.
(de
schrijvers-zangers van de Carmina Burana
werden vaganten, 'zwervers', genoemd)
Antwoord: (...) De schrijvers
zijn waarschijnlijk studenten (vaginanten
genoemd) die veel kennis hadden van het Latijn en van muziek.
10/06/2005 – 5de
jaar
Vraag: Om welke redenen gaat
Horatius in Carmina I, 37 zo fel
tekeer tegen Cleopatra? Waarom pleegt hij naar het einde van de tekst toe toch
eerherstel?
Antwoord: (...) Hij deed een
uitspraak die ik mij helaas niet meer voor ogen kan halen; toch zal ik proberen
uit mijn voorliefde voor Latijn: 'Overwinnen zonder veldslag is ...'
10/06/2005 – 5de
jaar
Vraag: In Carmina 8 schommelt Catullus voortdurend
heen en weer tussen zijn liefde voor Lesbia en het besef dat hij haar moet
vergeten. Bewijs deze stelling aan de hand van de tekst.
Antwoord: (...) Maar in de
volgende zin verwijst hij al terug naar het verleden, wat ze uitstaken in de
slaapkamer: krijgt terug goesting om nog eens hevig van bil te gaan. (...) Hij
zegt dit omdat hij terug beweging voelt in zijn stootwapen. (...) Bij deze
voelt hij terug een brandend verlangen om de poort van Lesbia te gaan
kapotbeuken met zijn stootwapen. (...)
10/06/2005 – 5de
jaar
Vraag: Leg uit waarom de
tweede strofe van het lied In taberna
quando sumus inhoudelijk uitstekend past in een liederenbundel als de Carmina Burana.
Antwoord: Het beschrijft een
situatie en zegt wat men zoal doet in de kroeg. Het creëert sfeer. Het is
gewoon een echt drinklied dat hoort bij het deel In taberna. Het geeft kritiek en heeft geen verhaallijn. (dit is trouwens een stomme vraag, want ik
weet ze niet; dat ziet u aan het feit dat ik rond de pot draai)
10/06/2005 – 5de
jaar
Vraag: Een van Horatius'
levensmotto's was carpe diem. Is dat
ook iets voor jou? Indien wel, hoe vat je dat dan op? Indien niet, waarom niet?
Motiveer je antwoord.
Antwoord 1: Ik zou wel
willen dat carpe diem mijn
levensmotto was, maar dat is spijtig genoeg niet zo. Er valt namelijk in mijn
ogen niet veel te plukken. Je gaat naar school, wat nodig is, en daar zit je
dan niet veel te doen, behalve leerstof te absorberen. Dan ga je naar huis en
je begint aan je schoolwerk, kijkt tv, speelt gitaar en je gaat slapen. Vind
jij hier veel dingen in om te plukken? Ik niet in ieder geval. Het is trouwens
zo dat, door ouderlijk gezag, ik ook in de vakantie niet veel te doen heb. Ik
kan gaan feesten tot niet (!) in de vroege uurtjes, dus zat worden en even m'n
zorgen vergeten zit er ook niet in.
Antwoord 2: Natuurlijk is
dit ook iets voor mij. Je leeft maar één keer en je moet proberen te maken dat
elke dag ten volste benut wordt. Neem nu dit examen. Gisteren heb ik hier,
jawel, voor geleerd. Dit omdat ik door één dag afzien kan maken dat ik in augustus
maar liefst 2 dagen extra zou hebben om te doen en laten wat ik maar wil. (...)
10/06/2005 – 5de
jaar
Vraag: Nu je een en ander
weet over de juridische opvattingen van de Romeinen, wat vind je dan van de
positie die de vrouw bij hen in de maatschappij en in het bijzonder in het
huwelijk bekleedde? Antwoord vanuit het standpunt van je seksegenoten. Motiveer
je antwoord.
Antwoord: (...) Er is geen
enkele reden om te zeggen dat man en vrouw ongelijkwaardig zijn; het feit dat
een man iets tussen zijn benen heeft hangen, is nl. geen overtuigend argument.
Als ik toen leefde, zou ik protesteren, nog meer van me laten horen dan ik nu
al doe en een delegatie dolle Mina's oprichten, met mij op kop!
10/06/2005 – 5de
jaar
Vraag: Vertaal Cicero, Pro Milone 27.
Antwoord: Pas – joker wordt bij
deze ingezet!
14/06/2005 – 6de
jaar
Vraag: De geografische namen
Collinam en Appennino (Cicero, Pro Milone
25 en 26) zijn niet zonder betekenis voor het doel dat Cicero met zijn pleidooi
voor ogen heeft. Waarom?
Antwoord: (...) Collina was een
van de kiesdistricten van de Romeinen, maar het was een wijk vol uitschot waar
schurken leefden (zoals nu +
Antwerpen). (...)
14/06/2005 – 6de
jaar
Vraag: Waarin bestaat het
humoristisch element van Martialis, Epigrammata
I, 47?
Antwoord 1: Het eerste
gevoel dat men krijgt na dit gelezen te hebben, is verwondering. Dat is ... Het
grappige element zit in het feit dat degene die tanden koopt, er belachelijk
uitziet. (sorry voor dit zwakke antwoord,
maar ik moet dringend naar het toilet)
Antwoord 2: Persoonlijk
zie ik er de humor niet van in, maar soit, ik zal dan maar een poging doen.
(...)
14/06/2005 – 6de
jaar
Vraag: Kies een filosoof die
volgens jou onzin vertelt of een filosofische theorie waarmee je het absoluut
niet eens bent en leg uit waarom.
Antwoord: Ik ben het niet eens
met Zeno van Elea. Achilles die een schildpad niet kan inhalen? Pure onzin! Ook
al is zijn theorie zo mooi bedacht, een beetje praktijkervaring toont al gauw
dat hij het verkeerd had. Waarschijnlijk
zat hij aan de drugs, want anders kraam je zulke onzin niet uit.
14/06/2005 – 6de
jaar
Vraag: Meliboeus doet er
alles aan om bij zijn 'collega' Tityrus medelijden op te wekken (Vergilius, Bucolica I). Vind je dat hij dat handig
aanpakt en slaagt in zijn bedoeling, of heeft zijn zielig gedoe geen enkel
effect op de toehoorder? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Ja, het heeft effect.
Het is toch maar zielig om te horen dat een schaap na een zware bevalling haar
twee lammetjes, die ook nog de hoop van de kudde zijn, moet achterlaten op een
kale koude steen. Zoude gij da hilarisch
vinden? Zo ja, dan zijde ne sadist. Zo nee, dan hebde gewoon geen hart.
(excuses voor
het taalgebruik, maar ik citeer letterlijk)
16/06/2005 – 4de
jaar
Vraag: De tragische
liefdesgeschiedenis van Orpheus en Eurydice (Vergilius, Georgica IV) geldt als een van de ontroerendste verhalen uit de
klassieke mythologie. Vind jij dat ook of is het voor jou allemaal net iets te overdreven?
Motiveer je antwoord.
Antwoord: Het is ontroerend,
maar je gaat er ook niet drie dagen om blijten,
of wel? Ik vind het erg voor Orpheus dat hij zoveel doet om ze terug te
krijgen, maar dat het allemaal tevergeefs is. Een raad voor Orpheus: 'Get over it'. Zo de janet uithangen door
vollenbak te wenen gaat ze niet terugbrengen, ze! Ander en beter!
16/06/2005 – 4de
jaar
Vraag: Op welke manier is
het geschiedkundig werk van Sallustius origineel? Leg uit.
(Sallustius was
de schepper van de historische monografie)
Antwoord: Hij gebruikt als
eerste de schrijfvorm 'mono-iets
historisme': het behandelen van één gebeurtenis per werk i.p.v. een
bepaalde tuudsduur.
14/09/2005 – 4de
jaar
Vraag: Op welke praktijken
wordt er gezinspeeld met quo flagitium
aut facinus redimeret (Sallustius, Bellum
Catilinae 14, par. 2)? Geef ook een concreet voorbeeld.
Antwoord: Door rechters en zo
om te kopen. Catilina, Sallustius: allebei zijn ze eens terechtgesteld en weer vrijgelaten. (...)
21/11/2005 – 4de
jaar
Vraag: Vertaal Vergilius, Aeneis I, 272-274.
Antwoord: (...) totdat Ilia, de
priesteres van koninklijken bloede, zwanger
van een Mars, een tweeling ter wereld brengt.
23/11/2005 – 5de
jaar
Vraag: Vanwaar en van wie is
de theorie van de zielsverhuizing (Caesar, Commentarii
de bello Gallico VI, 14, 5) oorspronkelijk afkomstig?
Antwoord: Van de Hindoesten/Boedisten uit Tibet. Hoe zij contact hadden met de Galliërs, weet
ik niet.
(ik ook niet)
19/12/2005 – 3de
jaar
Vraag: Welke houding namen
de Romeinen aan tegenover het druïdisme? Wat was daarvoor de officiële reden?
Welke andere reden speelde zeker ook een rol?
Antwoord 1: Vijandig,
druïdisme was geen erkende staatsgodsdienst. Ze hadden alle macht in Gallië:
geen druïden = Gallië wordt een zieltogend dier (vraag dhr. Baert voor meer info).
Antwoord 2: Ze waren niet
echt in de wolken met de druïden. Officiële reden: die komt zo niet direct bij
me op ... Laten we gokken dat de
gladgeschoren Romeinen de lange grijze baarden niet mooi vonden? (...)
19/12/2005 – 3de
jaar
Vraag: Geef een definitie
van de retorische term perspicuitas.
(duidelijkheid
en doorzichtigheid in de uiteenzetting, vermijden van dubbelzinnigheid)
Antwoord: Rusten, een zeer
belangrijke bezigheid om de hersenen te ontstressen.
23/01/2006 – 6de
jaar
Vraag: Bespreek de inhoud
van Cicero's werk Philippicae.
(het zijn
pleidooien tegen zijn politieke rivaal Marcus Antonius)
Antwoord: Een liefdesverhaal op
het melaatseneiland Fillipikaay.
23/01/2006 – 6de
jaar
Vraag: Tondenti barba cadebat (Vergilius, Bucolica I, 28). Tityrus zegt dit niet zomaar. Wat wil hij ermee
duidelijk maken? Breng dit ook in verband met de oorsprong van deze gewoonte.
(de gewoonte dat
mannen zich gladschoren, zou ingevoerd zijn door Alexander de Grote, 356-323
v.C.)
Antwoord: Dat hij een vrij man
is. De gewoonte is ingevoerd door Karel
de Grote; het was dan de gewoonte dat mannen uit hogere standen zich scheerden, het toonde dan aan dat je
geen slaaf was.
(een
chronologische vergissing van zowat 1100 jaar)
16/02/2006 – 4de
jaar
Vraag: Carinas (Horatius, Carmina
I, 4, 2) is bij voorkeur niet op te vatten als een pars pro toto. Waarom niet?
Antwoord: Moest ik weten wat
een pars pro toto is, dan zou ik het u zeker vertellen, maar aangezien ik geen
flauw idee heb wat dat is, zal het voor de volgende keer zijn ...
15/03/2006 – 5de
jaar
Vraag: Bespreek kort twee
stellingen van Heraclitus.
Antwoord: (...) Alles ontstaat
uit tegenstellingen: these + antithese = synthese. Bv. de bank waarop ik aan het werken ben, is de combinatie van een
überbank en een ünterbank, een doodgewone bank dus.
03/05/2006 – 6de
jaar
Vraag: Wat wordt concreet
bedoeld met quattuor (Cicero, Academica II, 118)?
(bedoeld worden
de vier natuurelementen: aarde, water, lucht en vuur)
Antwoord: Een brommer op 4
wielen, u heeft er wel een rijbewijs B voor nodig.
03/05/2006 – 6de
jaar
Vraag: Welke stijlfiguur
wordt gevormd door discerptum latos
iuvenem ... agros (Vergilius, Georgica
IV, 522)?
(een gekruist
hyperbaton)
Antwoord: Gekruid hyperbaton.
(met peper en
zout?)
15/06/2006 – 4de
jaar
Vraag: Geef een korte
verklaring van portitor Orci
(Vergilius, Georgica IV, 502).
(de veerman van
de onderwereld, d.i. Charon)
Antwoord: De poort naar de
buitenwereld? Neen? Echt niet? Alsjeblieft?
15/06/2006 – 4de
jaar
Vraag: Benoem de stijlfiguur
in tabuerant (Ovidius, Metamorphoses VIII, 227) en bespreek de
inhoudelijke waarde ervan.
Antwoord: Het duidt aan dat ik
veel te weinig heb geleerd. Bijgevolg krijg ik een puntje voor de eerlijkheid?
19/06/2006 – 3de
jaar
Vraag: Geef uit Plinius, Epistulae IV, 19 een overtuigend
voorbeeld van een asyndeton.
Antwoord: Het ontbreken van een
voegwoord. Hoe kan ik in godsnaam iets geven dat ontbreekt?
19/06/2006 – 3de
jaar
Vraag: Wat was de directe
aanleiding tot de Trojaanse oorlog?
Antwoord: Paris schaakte Helena
van Meliboeus.
(ik kan niet
zeggen dat deze leerling niets heeft onthouden van het vorige schooljaar)
13/09/2006 – 5de
jaar
Vraag: In Bellum Catilinae 10 gaat Sallustius fel
tekeer tegen de machtshonger van politici. Nochtans blijkt uit de rest van zijn
werk geen enkel negatief oordeel over de imperialistische politiek van de
Romeinen. Hoe kun je deze dubbele moraal verklaren?
Antwoord: In hfst. 10 gaat het
niet over wat Caesar aanrichtte. Omdat het hier niet om Caesar zijn
machtshonger gaat, gaat hij eens fel tekeer. Enkel zijn volgens mij homovriendje Caesar mag stout zijn. Lekker
stout, daar houdt hij waarschijnlijk wel van.
18/12/2006 – 4de
jaar
Vraag: Wat zeggen advorsis volneribus en longe a suis inter hostium cadavera
(Sallustius, Bellum Catilinae 61,
par. 4) over resp. de samenzweerders en Catilina zelf? Verklaar je antwoord.
Antwoord: Ze waren echt zeer
dapper, want geen enkele, maar dan ook geen enkele is gevlucht en Catilina
heeft zich volledig ingestort in het
vijandelijke leger, dus ze hebben gevochten tot de dood, tot de laatste snik. En daar heb ik respect voor, echt,
supertoffe gasten.
18/12/2006 – 4de
jaar
Vraag: Catilina kon voor
zijn samenzwering rekenen op een vrij grote aanhang, ook van heel wat jongeren.
Stel dat er in België een gelijkaardige revolutie zou uitbreken van de 'gewone'
bevolking tegen de rijken en de politici, zou je daaraan deelnemen en, zo ja,
voor wie zou je dan partij kiezen? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Waarschijnlijk niet,
ik zou nooit meedoen aan een oorlog/revolutie, aangezien ik niet zo een
vechterstype ben (trouwens neem nooit een vrouw mee in een gevecht, het
enige waar zij om geven is of hun haar nog goed ligt en of hun nagels nog niet
zijn afgebroken). (...)
18/12/2006 – 4de
jaar
Vraag: Wat waren voor een
Romeinse man de drie voornaamste redenen om te trouwen?
Antwoord: (...) De man kon zijn
eigen vrouw verkrachten, zodat hij geen willekeurige kleine meisjes van straat
hoefde te pikken. (...)
09/05/2007 – 5de
jaar
Vraag: Schets het verschil
tussen de oude en de nieuwe moraal in het huwelijk.
Antwoord: (...) Ze worden niet
meer uitgehuwelijkt, maar kiezen hun partner zelf (bij voorkeur via internet).
09/05/2007 – 5de
jaar
Vraag: Leg uit wat de
Romeinen onder usus verstonden.
(het feit dat
een vrouw met een man getrouwd was wanneer ze een jaar lang onder hetzelfde dak
woonde)
Antwoord: De vrouw moest een
ononderbroken jaar samenwonen met een man en dan waren ze gehuwelijkt.
09/05/2007 – 5de
jaar
Vraag: De tragische liefdesgeschiedenis
van Orpheus en Eurydice geldt als een van de ontroerendste verhalen uit de
klassieke mythologie. Vind jij dat ook of is het voor jou allemaal net iets te
overdreven? Motiveer je antwoord.
Antwoord 1: Het is wel
ontroerend hoe hij voor haar naar de onderwereld gaat en dan de vrouwen
afzweert, maar ik vind dat het er over gaat. Als man ga je niet 7 maanden
zitten wenen omdat uw vriendin weg is, en als hij dan nog eens uit elkaar wordt
getrokken door een bende vrouwen, is mijn respect voor Orpheus helemaal weg.
Hij zou beter een beetje borsthaar hebben laten groeien en een motorclub hebben
gevonden, Hell's Angels of zo, zou hem goed hebben gedaan.
Antwoord 2: Als mensen
huwelijksgeloften afleggen, vraagt de priester: 'Willen jullie elkaar helpen, in
goede tijden en in slechte tijd, in ziekte en in nood, tot de dood jullie
scheidt?' Allee ja, zoiets ongeveer toch, want ik ben geen huwelsspecialist. Maar we waren gebleven bij de huwelijksgelofte
'tot de dood ons scheidt'. Dan moeten normaal gezien de man en de vrouw (als ze
elkaar tegen dan nog niet beu zijn) 'ja, ik wil' zeggen. Dus dat wil zeggen dat
alle getrouwde geliefden in Vlaanderen ermee akkoord gaan dat ze elkaar maar
trouw moeten zijn tot de dood. Volgens mevrouw Colpaert is een empirisch argument
een goed argument. Dus ik doe beroep op de ervaring van alle geliefden. Liefde
tonen aan elkaar duurt tot de dood, dus wat Orpheus doet is stom. Hij zou beter
een nieuwe vrouw zoeken.
(mevrouw
Colpaert is een collega Nederlands)
07/06/2007 – 4de
jaar
Vraag: Op welke drie
manieren kon men een huwelijk cum manu
sluiten? Leg kort uit.
Antwoord: (...) Koop, koek en
ach deze is zoek.
14/06/2007 – 5de
jaar
Vraag: Noem twee belangrijke
verschillen tussen enerzijds de vroegere schrijvers en anderzijds de novi poetae (onder wie o.a. Catullus).
Antwoord: (...) De oude garde
schreef meestal in opdracht van iemand en het
de poëzie was een welriekende
propagandabom.
14/06/2007 – 5de
jaar
Vraag: Een van Horatius'
levensmotto's was carpe diem. Is dat
ook iets voor jou? Indien wel, hoe vat je dat dan op? Indien niet, waarom niet?
Motiveer je antwoord.
Antwoord: Ja, elke dag moet je
ten volste benutten omdat het leven sobiezo
al redelijk kort duurt. Ik ben nu al 16 jaar en het lijkt nog maar of ik 6 jaar
ben, de tijd gaat gewoon veel te snel, dus moeten we ervan genieten zolang het
nog kan.
(zelfkennis is
het begin van alle wijsheid ...)
14/06/2007 – 5de
jaar
Vraag: Nu je een en ander
weet over de juridische opvattingen van de Romeinen, wat vind je dan van de
positie die de vrouw bij hen in de maatschappij en in het bijzonder in het
huwelijk bekleedde? Antwoord vanuit het standpunt van je eigen sekse. Motiveer
je mening.
Antwoord: Erg handig voor de
man, die mocht alles doen wat ie wou, maar ja we mogen die arme schaapjes niet
laten verkommeren hé, het zijn ook mensen.
14/06/2007 – 5de
jaar
Vraag: Om welke redenen gaat
Horatius in Carmina 1, 37 zo fel
tekeer tegen Cleopatra? Waarom pleegt hij naar het einde van de tekst toe toch
eerherstel?
(in de klas had
ik dat samengevat met een citaat van Pierre Corneille, A vaincre sans péril on triomphe sans gloire, d.w.z. een
overwinning zonder gevaar levert maar weinig roem op – maar leerlingen en Frans
...)
Antwoord 1: (...) Iets met
een Franse zin en zwijgen.
Antwoord 2: Omdat een
overwinning zonder tegenstand geen roemrijke overwinning is: gloire sans s'amuser est fricassé ... of
zoiets.
14/06/2007 – 5de
jaar
Vraag: Is Plinius naïef als
hij zegt Amat me, quod castitatis
indicium (Epistulae 4, 19, 2)?
(Plinius zegt
dit over zijn echtgenote Calpurnia: 'Ze houdt van mij, wat een bewijs is van
haar trouw.')
Antwoord: Nee, want vrouwen
zijn de duivel volgens de Bijbel en ze zijn tot alles in staat, ze liegen
altijd.
(het antwoord
van een jongen, maar dat had je natuurlijk al gedacht ...)
02/06/2008 – 3de
jaar
Vraag: Waarvoor is
Empedocles van Agrigentum bekend?
Antwoord: Zijn baard en snor.
29/04/2008 – 6de
jaar
Vraag: Vertaal Caesar, De bello Gallico 5, 27, par. 3.
Antwoord: Hij ging naar het
kamp om daar een feestje te bouwen, maar wat hij niet had verwacht, dat het
feestje de 40ste verjaardag van Caesar was, en hij was niet uitgenodigd en
stond ook niet op de VIP-lijst, wat hij ten sterkste betreurde.
18/12/2007 – 3de
jaar
Vraag: Wat vind jij van de
maatschappelijke positie en de behandeling van de Gallische vrouw? Antwoord
vanuit het standpunt van je eigen geslacht. Motiveer je antwoord.
Antwoord 1: Ik vind dat
een vrouw juist zoals een man evengoed een mens is en alle mensen moeten als
gelijken worden behandeld, dus vind ik dat de Gallische vrouw te weinig rechten
had.
Antwoord 2: Ik zou er best
mee kunnen leven! Sinds ik toch de pater
familias word en de macht heb over de kinderen en m’n vrouw, zie ik dat wel
zitten.
(wellicht
overbodig te vermelden dat beide antwoorden door een jongen werden gegeven)
18/12/2007 – 3de
jaar
Vraag: Agrippina: een
harteloos kreng of een gevoelige vrouw? Motiveer je antwoord.
Antwoord: Ik vind haar een
harteloos kreng (...). Ik durf wedden dat, moest ze vandaag leven, ze zeker een
bontjas zou dragen, want zoals Urbanus zegt in een van zijn liedjes: 'Madammen
in een bontjas zijn gemeen'. Wel ... gelijk heeft hij!
11/12/2007 – 6de
jaar
Vraag: Om welke twee redenen
werd Locusta gekozen voor Nero's plan? (Tacitus, Annales 13, 15)
Antwoord: (...) Ze had al eens
gewerkt voor Agrippina en was dus al een kennis van haar. Agrippina zat in het klantenbestand.
10/10/2007 – 6de
jaar
Vraag: Geef een voorbeeld
van een Ionische vorm en plaats er de Attische vorm naast.
Antwoord: Moest ik dat weten,
had ik het opgeschreven. Echt waar.
09/10/2007 – 6de
jaar
Vraag: Op welke manier is
het geschiedkundig werk van Sallustius origineel? Leg uit.
(hij was de
schepper van de historische monografie, een werk over één afgebakend onderwerp,
tegenover de annalistische geschiedschrijvers voor hem, die de geschiedenis
chronologisch, jaar per jaar beschreven)
Antwoord: Monografie? Hij was
de eerste die schreef over één specifieke gebeurtenis in de geschiedenis.
Anderen waren annarchisch, schreven
over een heel jaar in chronische
volgorde.
19/09/2007 – 4de
jaar